“Een kil en koud rapport wat lijkt te zijn opgesteld door gebruik te maken van ChatGPT”.

Afgelopen week verscheen het rapport “Het Kind van de Rekening” waarin de Inspectie Justitie & Veiligheid onderzoek deed of de kinderbeschermingsmaatregelen die over de kinderen werden uitgesproken het gevolg waren van de Toeslagenaffaire of dat er meerdere zaken speelden waardoor de maatregelen noodzakelijk waren. De Tweede Kamer had, toen nog missionair, Minister Weerwind verzocht om een onafhankelijk onderzoek. De Rijksuniversiteit Groningen heeft zich gemeld om dit onderzoek onafhankelijk en wetenschappelijk vorm te geven. De minister ging hier niet in mee en gunde dit onderzoek aan zijn eigen Inspectie. Ouders, deskundigen en Kamer gaven op voorhand al aan geen vertrouwen te hebben in een onafhankelijk onderzoek. Nu het rapport er ligt is dan ook de vraag of dit rapport antwoord geeft op de belangrijkste vragen en hoe ouders en deskundigen tegen het rapport aankijken.

Door Krijn ten Hove – Onafhankelijk Onderzoeksjournalist

Toen in december 2020 de Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslagen het rapport ‘Ongekend Onrecht’ presenteerde was dat een lichtpuntje in het leven van de vele gedupeerden van de harde fraude aanpak door de belastingdienst. Voor het grote publiek werd met de presentatie van het rapport duidelijk dat velen onterecht slachtoffer waren geworden van een fraudejacht en dat de gevolgen daarvan buiten de schuld van deze ouders zelf lag. Met het aftreden van het kabinet Rutte III kwam er een licht gevoel van erkenning bij de ouders in de hoop op veranderingen en met name oplossingen voor de problemen waar ze in verzeild waren geraakt.

Dit rapport maakt duidelijk dat de overheid geen verdere verantwoordelijkheid meer wil dragen.


Maar het aantreden van Rutte IV deed deze hoop als sneeuw voor de zon verdwijnen. In de daaropvolgende periode bleef er een gevoel dat de overheid er weliswaar niet meer omheen kon dat ze verantwoordelijk waren voor de ellende waar veel ouders en hun kinderen in terecht waren gekomen, maar dat is wat anders dan ook de verantwoordelijkheid ten volle tot zich nemen. Toen uiteindelijk in de zomer van 2023 bekend werd dat de adviezen uit het Rapport ‘Gelijkwaardig Herstel’, opgesteld door de Number 5 Foundation van Prinses Laurentien, zouden worden overgenomen om de gedupeerden zo snel als mogelijk tegemoet te komen in het herstellen van de schade leek er voor ouders een lichtpuntje aan het eind van een ellenlange tunnel te schijnen. Een lichte hoop om op niet al te lange termijn weer regie te krijgen over hun eigen leven, een nieuwe kans op een menswaardig herstel en voortzetten van de beperkte tijd die iedereen gegeven is.

Ik stel bewust leek want in de afgelopen weken kregen deze ouders en hun kinderen van meerdere kanten de deksel op hun neus en werden ze weer teruggeworpen naar de situatie van voor Ongekend Onrecht.

Parlementaire Enquête

Allereerst is er de Parlementaire Enquête Commissie Fraudebeleid waar de (oud)bewindslieden Rutte en Kamp geen afstand nemen van het ongekend harde fraudebeleid wat ze hebben ingezet en waar duizenden ouders en hun kinderen onterecht slachtoffer van werden. De wijze waarop deze (oud) bewindslieden hun beleid verdedigden maakte de excuses van premier Mark Rutte voor ouders en kinderen tot betekenisloze woorden en zijn aftreden slechts voor de bühne. Schokkend was voor veel betrokkenen dat toenmalig minister Henk Kamp tegenover de Parlementaire Enquête Commissie verklaarde dat hij de waarschuwingen van zijn ambtenaren negeerde en hij zich liet leiden in zijn besluiten door de onderbuikgevoelens die hij mee kreeg vanuit de samenleving. Hiermee zijn duizenden kinderen slachtoffer geworden van beleid gebaseerd op het onderbuik gevoel van oud-minister Henk Kamp.

Kinderbeschermingsmaatregelen

Veel van de gedupeerden kregen naast het invorderen van, in de ogen van de overheid onterecht verkregen, toeslagen ook te maken met ingrepen van de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Jeugdbeschermingsinstellingen door kinderbeschermingsmaatregelen variërend van Ondertoezichtstellingen tot Uithuisplaatsingen en in sommige gevallen een gezagsbeëindigende maatregel. Voor veel ouders kwam de inzet van de jeugdzorg/jeugdbescherming als een verassing en had men geen flauw benul dat hun problemen met de belastingdienst samen zouden hangen met de interventies van deze instellingen.

Het heeft moed, kracht en tijd gekost. Als ik geweten had dat dit rapport zo onmenselijk  gepubliceerd zou worden had ik er zeker niet aan meegewerkt.

Naar mate de omvang van het probleem groter werd, en zichtbaar werd dat er onevenredig veel toeslagen ouders ook te maken hadden met kinderbeschermingsmaatregelen, gingen steeds meer mensen zich afvragen of er een verband tussen beide zaken was. Geschrokken trokken zowel het kabinet, als de betrokken instanties zoals de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Jeugdbeschermingsinstellingen maar ook de Rechtspraak de verdedigingslijn op dat kinderen nooit alleen vanwege schulden onder toezicht gesteld kunnen worden of uithuisgeplaatst. Maar de vraag is of er een causaal verband was tussen enerzijds de problemen met de belastingdienst en anderzijds de interventies van de jeugdzorg. De zorgen werden groter toen bekend werd dat de belastingdienst informatie van de, achteraf niet toegelaten, FSV lijsten, waar de ouders uit de toeslagenaffaire op waren vermeld, vrijelijk leek te delen met andere partijen zoals de gemeentes. De gemeentes deelde veel van deze informatie weer met bijvoorbeeld de wijkteams, centra jeugd en gezin en de woningbouw coöperaties. Hierdoor zijn kinderen en hun ouders op plekken in beeld gekomen waar zorgen over de kinderen worden opgepakt en kunnen leiden, en ook hebben geleid, tot de inzet van meldcodes en Veilig Thuis meldingen. De noodzaak om onderzoek te doen of er een verband bestaat werd steeds groter, de druk op de minister ook. Nadat het CBS een poging heeft gedaan om de omvang in kaart te brengen bleek een tijdelijke koppelingswet om data met elkaar te verbinden noodzakelijk. Ondanks de koppeling van data bleek het CBS nog altijd niet een accuraat cijfer te kunnen geven van de uithuisplaatsingen. Dat is ook logisch omdat in veel gevallen tot deze maatregel is besloten buiten de rechtbank om, wat formeel wettelijk niet kan. Ook hebben er veel wijzigingen van de hoofdverblijfplaats plaatsgevonden. Weliswaar geen formele UHP maar wat wel als zodanig ervaren werd door de ouder waar de kinderen weggehaald werden.

De Rijksuniversiteit Groningen stelde zich kandidaat om een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek te doen maar dit werd door de minister afgewezen. Hij koos ervoor om dit door zijn eigen Inspectie te laten doen. Vrijwel direct werd het verwijt gegeven dat de slager zijn eigen vlees mocht gaan keuren. Een opmerking die, nu het rapport klaar is, regelmatig valt bij betrokkenen en deskundigen.

Er zijn 23 ouders gesproken en 63 jeugdzorgwerkers. Met een dergelijke onevenwichtige verhouding loop je het risico dat het perspectief van de jeugdzorgwerkers de overhand krijgt in het rapport en dus ook de conclusies.

 

Vragen over conclusies en onderzoeksopzet

De conclusie die de Inspectie Justitie en Veiligheid trekt in het rapport is dat er geen causaal verband lijkt te liggen tussen de kinderbeschermingsmaatregelen en de problemen die ouders hadden als gevolg van hun betrokkenheid bij het toeslagenschandaal. ‘In de onderzochte gevallen blijkt dat er meerdere redenen waren om kinderbeschermingsmaatregelen te nemen en dus niet waren toe te schrijven aan alleen de schulden als gevolg van de invorderingen van de belastingdienst. Er zou wellicht een verband kunnen zijn met de invorderingen maar deze zijn niet de aanleiding of enige oorzaak geweest waarom de rechter de kinderbeschermingsmaatregelen heeft genomen’.

Met het naar buiten brengen van deze conclusies kregen de ouders wederom de deksel op de neus door te stellen dat er in vrijwel alle gevallen meer aan de hand was in de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen dan alleen de financiële problemen als gevolg van de terugvorderingen door de belastingdienst. Opnieuw worden deze ouders in het verdachtenbankje geplaatst. Ouders zijn boos, teleurgesteld maar zien bovenal een patroon bij de overheid. Maar ook de deskundigen hebben veel vragen over het rapport en spreken over een eenzijdig, niet wetenschappelijk en beperkt onderzoek waarbij, door de vraagstelling, ook nooit een antwoord verwacht kon worden op de vraag die van belang is: ‘waren deze kinderen ook in beeld gekomen bij de instanties, en daarmee in aanraking gekomen met kinderbeschermingsmaatregelen, als deze ouders niet te maken hadden gekregen met de invorderingen van de belastingdienst en de onrechtmatig opgestelde FSV lijsten?’

Eigenlijk wil ik alle medewerkers van het onderzoeksteam bedanken om ons nu wederom het inzicht te geven dat ze echt niet snappen wat ze gezinnen hebben aangedaan.

Ook over de onderzoeksopzet zijn veel vragen te stellen. Er zijn in het onderzoek 23 ouders gesproken die samen 20 dossiers behelzen. Deze onderzoeksgroep is ongeveer 1% van het aantal kinderen wat uit huis geplaatst is. Daartegenover staat dat er ruim 63 jeugdprofessionals zijn ondervraagd waarvan er slechts 1 bekendheid had met dossiers waar ouders te maken hadden met toeslagen problemen. Met deze zeer onevenwichtige onderzoeksgroep alsmede het gebrek aan praktijkkennis over de toeslagenaffaire bij de jeugdprofessionals maakt dat de uitkomsten nauwelijks serieus genomen kunnen worden. Daarbij is de kans dat het perspectief van de oververtegenwoordigde groep ook de inhoud van het rapport, en daarmee de conclusies gaat bepalen. Dat blijkt ook als we spreken met meerdere deskundigen en betrokkenen.

Reacties van ouders en deskundigen

Het rapport gaat over ouders en de kinderbeschermingsmaatregelen die over hun kinderen zijn uitgesproken. Ik heb meerdere ouders, ook die hebben meegewerkt aan het onderzoek, gevraagd om hun reactie op het rapport. En er heerst verbijstering over het rapport en de uitkomsten. De overall conclusie is dat geen van de ouders zich herkent in het rapport. En dat men zich, wederom, niet gehoord voelt. Een kil en koud rapport wat lijkt te zijn opgesteld door gebruik te maken van ChatGPT was onder andere een opmerking van een ouder.

Anoeska de Vries

Anoeska de Vries, die heeft meegewerkt aan het onderzoek heeft achteraf spijt over haar medewerking. “De reden dat ik mee heb gedaan is dat ik mijn verhaal wilde doen om daarmee te vertellen wat voor ellende ik als toeslagenouder heb gehad met de jeugdbescherming. Drie uur lang heb ik tegenover 3 empathische onderzoekers gezeten en het was best heftig om alles wat ik heb meegemaakt te vertellen. Het heeft moed, kracht en tijd gekost. Als ik geweten had dat dit rapport zo onmenselijk  gepubliceerd zou worden had ik er zeker niet aan meegewerkt”, laat Anoeska weten.

Na de gesprekken was Anoeska hoopvol, maar die hoop was in één klap weg toen ze het rapport las. “Wat mij enorm opviel aan dit rapport is de zakelijke manier van schrijven. Er zit totaal geen gevoel in en het raakt mensen niet. Ik had de hoop dat dit rapport mensen juist zou raken. Maar het ergste vind ik nog de halve verhalen die zijn geschreven over de geïnterviewde ouders. In het stukje wat over mijn gezin is geschreven kan niemand iets halen als het gaat om verbetering van het systeem jeugdzorg. Het is basaal en onduidelijk voor iemand die dit rapport leest. Drie uur lang heb ik mijn verhaal gedaan en het is omschreven in 6 á 7 zinnen waar geen touw aan vast te knopen is.”

Het rapport had voor haar waarde gekregen als er in stond beschreven wat het effect van de falende jeugdzorg heeft op ouders en kinderen, dat er zicht komt op wat dit falend systeem betekent voor toeslagenouders. “Ik ben van mening dat de verslagen van al de geïnterviewde ouders aan dit rapport bijgevoegd hadden moeten worden. Met goede casuïstieke onderbouwing. Want alleen als iemand dat leest kan er lering getrokken worden. Niet uit een rapport wat koud is geschreven. Ik word er persoonlijk ook verdrietig van dat dit rapport zo koud naar voren is gekomen. Alsof gevoelens van mensen of kinderen er niet toe doen en professionals nog steeds worden beschermd om op de oude voet door te kunnen gaan. Het voelt net als de periode dat ik met de jeugdbescherming te maken heb gehad. Je niet gehoord en gezien voelen en bovenal niet serieus genomen te worden.”

Gerda Deceuninck

Ook Gerda Deceuninck heeft meegewerkt aan het onderzoek. En haar conclusie is helder maar ook snoeihard: “Er wordt ook dankbaarheid uitgesproken aan de ouders en kinderen die mee hebben gewerkt om het rapport mogelijk te maken. Ik ben dankbaar dat ze het rapport zo hebben uitgebracht want het blijkt maar weer dat ze er niet veel van hebben begrepen wat ouders en jongeren gezegd hebben, wat zij allemaal meegemaakt hebben en in sommige nog steeds mee maken. De Inspectie slaat de plank volledig mis.”

Volgens het rapport zouden de ouders meerdere hulpvragen hebben gesteld waardoor de genomen maatregelen nodig waren. Gerda bestrijd dat: “In de vele gezinnen, moeders of vaders die ik ken, en dat zijn er veel want we staan veel van hen ook bij, is dit niet het geval geweest en gaat het maar om 1 hulpvraag. Ik zie ook staan dat er dan volwassen problemen waren wat er toe leidde dat ouders niet geschikt waren voor hun kinderen te zorgen. Pardon? Wie bepaalt wanneer een ouder niet geschikt is om kinderen op te voeden als ze door geld problemen getroffen worden die de overheid heeft veroorzaakt?”

Ook op de suggestie dat de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instellingen niet op de hoogte waren van de financiële problemen reageert ze: “In de meeste gevallen waren ze wel degelijk op de hoogte van de geldproblemen die er bij ouders waren. De stelling van de Inspectie is ook niet houdbaar omdat bij elke intake bij de Gecertificeerde Instellingen een risico taxatie moet worden afgenomen. In deze taxaties wordt ook de vraag gesteld of er financiële problemen zijn. Alleen al op basis van deze taxatie had men dus kunnen zien waar de echte problemen zaten. En juist op deze problemen is geen hulp geboden maar heeft men gekozen om de meest ingrijpende maatregel in te zetten: een kinderbeschermingsmaatregel. Wat mij in het rapport opvalt is dat ze deze affaire niet compleet willen ontleden en wat ze wel ontleden weer compleet omgedraaid wordt.” Om vervolgens cynisch af te sluiten: “Eigenlijk wil ik alle medewerkers bedanken om ons nu wederom het inzicht te geven dat ze echt niet snappen wat ze gezinnen hebben aangedaan. Niet alleen gezinnen verscheurd maar ook tot de dag van vandaag heel veel leed aanrichten bij kinderen en hun ouders maar ook naaste familie. Er niets word gedaan om gezinnen te herenigen en de chaos die gecreëerd is echt op te lossen.”

Riemke Jansen

Ook Riemke Jansen is slachtoffer van het toeslagenschandaal en vat het rapport kort samen: “We weten het niet, we onderzoeken het niet, we luisteren niet. Wij hebben systemen en zolang het volgens het systeem gaat en iemand zet zijn handtekening dan is het toch goed? Zo goed dat je zonder hoor en wederhoor twee kinderen uit huis haalt. Zonder één feit gecontroleerd te hebben. Ja het systeem werkt goed want we hebben alle regels gevolgd. Dus als je de regels volgt klopt het systeem en als je het systeem controleert aan de regels van het systeem kan er niets fout gaan. Maar waar is de mens in dit systeem?”

Het rapport geeft haar het gevoel dat “ouders wederom te horen krijgen: het lag niet aan de overheid maar aan u als ouders, dezelfde boodschap die we ook van de belastringdienst kregen. Maar achteraf bleek dat toch anders te liggen. En wederom wil men die tactiek toepassen. Ik wordt hier misselijk van.”

De meeste ouders hebben niet het gevoel dat ze gehoord worden. Ze herkennen zichzelf niet in de rapportages. Ze voelen dat er vanuit een tunnelvisie over hun geschreven is.

Ze heeft een duidelijke oproep aan de overheid: “Stop hiermee, erken dat het systeem totaal niet menselijk is en ga er mee aan de slag dat mensen weer als mens worden gezien, dat er naar ze geluisterd wordt, en help mensen op die vlakken waar ze hulp op vragen. Stop jezelf op de borst te kloppen dat je het systeem hebt gevolgd, maar klop jezelf op de borst als je ouders en kinderen echt hebt geholpen, dat kinderen op hun manier en, waar mogelijk, weer in contact komen met elkaar en dat de puinhopen in de dossiers worden opgeruimd.”

Cheryl Hammond en partner

Ook Tjeerd Meinsma en zijn partner Cheryl Hammond willen graag hun visie geven op het rapport. Hun focus ligt met name op de rol van de jeugdbeschermingsinstellingen. En los van de harde woorden zit er ook een verbinding in hun reactie door juist vragen te stellen die gericht zijn op een dialoog over de werkwijze die verstrekkende gevolgen hadden, ook voor hun gezin. “In het rapport wordt er zeer licht gesproken over de jeugdbeschermingsketen en wordt er volledig gemist hoe de mensen in de jeugdbeschermingsketen te werk zijn gegaan en de verschrikkelijke gevolgen dit heeft op de kinderen, ouders en dus het gezin als geheel. Er is grote moeite gemaakt om de keer dat ze hun taak goed uitvoeren uit te lichten als een standaard. Er veel is gedaan om uithuisplaatsingen nu te verminderen en extra hulp in te zetten, maar kinderen van toeslagenouders zitten in een heel ander proces. Ze wonen al lang niet meer samen met hun ouders.  Het perspectief van het kind is meestal niet meer om thuis te wonen. Voor jaren werkten jeugdprofessionals met het idee dat deze beslissing van een perspectief voor een kind concreet is en niet meer te veranderen is. Maar wat als de ouders nooit een kans hebben gekregen? Wat als de overheid de ouders in zo’n verschrikkelijke situatie heeft gezet dat ze geen perspectief hadden? Wat als wij de ouders helpen zodat de kinderen veilig thuis kunnen opgroeien? Deze vragen wil men niet beantwoorden. En hiermee wordt een onwerkelijke, onwenselijke en traumatische situatie oneindig gerekt om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen.”

 “De meeste ouders hebben niet het gevoel dat ze gehoord worden. Ze herkennen zichzelf niet in de rapportages. Ze voelen dat er vanuit een tunnelvisie over hun geschreven is. Het meeste van wat over ze geschreven is, vinden ze ook letterlijk in de dossiers van andere ouders terug, knippen en plakken. Verhalen van meerdere ouders die klinken als spiegelbeeld van elkaar.  Waarom schrijven de jeugdprofessionals de dossiers niet samen op met de ouders? Wat een persoon niet belangrijk vindt, vinden anderen misschien wel belangrijk. Wij zijn de biologische ouders van een kind. Wat staat in de weg van jeugdprofessionals dat ze de samenwerking met de ouders niet zoeken over wat belangrijk is voor het kind? Er is geen vervanging van de zorg van een ouder, maar soms hebben ouders een steuntje in de rug nodig. En het niet herkennen in de rapportages van de jeugdbescherming hebben we ook met dit rapport van de Inspectie.”

“In de jeugdbeschermingsketen beslist de Gecertificeerde Instelling alles hebben wij ervaren. Ze mochten beslissingen maken over welke dossiers belangrijk zijn, welke informatie belangrijk is, wat er gebeurt met het kind en ook soms wat er gebeurt met de ouders. En als de ouders het er niet mee eens zijn, is het dezelfde GI die beslist of de ouders gelijk hebben of niet. Dan zien wij de slager die zijn eigen vlees keurt. En dat zien we ook in het rapport van de Inspectie. Maar wat als jeugdprofessionals toch met een open hart en open mind in gesprek gaan met de ouders, waar ze proberen om de ouders en juist de kinderen een kans te geven? Dan was het niet zo uit de hand gelopen.”

“We lezen ook veel aannames in het rapport waar we echt pijnprikkels van kregen. Jeugdprofessionals die psychiatrische aandoeningen proberen te diagnosticeren bij ouders zonder dat ze ervoor opgeleid zijn of een degelijk onderzoek hebben gedaan naar de ouders. Aannames over kindermishandeling en andere gelijkwaardige suggestieve opmerkingen zonder feiten, bewijs of onderbouwing. Het rapport is een perfect voorbeeld van wat de ouders zeggen over het gebrek aan feitenonderzoek. In het strafrecht is het zo dat diegene die stelt bewijst. Maar in het familierecht niet.  Een  jeugdprofessional mag alle beschuldigingen uitspreken die ze kunnen bedenken, gooien dit op papier en dan is het de verantwoordelijkheid van de ouder om te bewijzen dat het niet waar is. Wat een onmogelijkheid is, aangezien de GI bepaald wat er in het rapport komt te staan, ondanks dat je steun hebt van verschillende andere professionals. Het ligt dan aan de rechter over welke partij ze geloven of niet.”

“In de toeslagenaffaire heeft de Raad van State besloten dat de rechters te hard, te lang en te streng waren tegen de toeslagenaffaire slachtoffers. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 8, en onze grondwet zijn duidelijk, kinderen horen bij hun ouders. Uithuisplaatsingen mogen alleen plaatsvinden als het feitelijk onveilig is. Als er geen feiten zijn dat het onveilig is, moet je er niet eens aan beginnen. Er is dan namelijk geen enkel bewijs of feit dat deze ultieme maatregel rechtvaardigt of juridisch borgt. Als het toch onverhoopt gebeurd, dan moet direct gewerkt worden aan een thuisplaatsing. Wat staat er in de weg bij de kinderrechter om niet alleen maar aan de kant van de jeugdbescherming het verhaal toetsen? Waarom geven rechters de ouders te weinig tot geen kans? Wat staat in de weg om rechters om de ouders een kans te geven? Rechters krijgen dezelfde informatie als wij. Het zou fijn zijn als wij allemaal een keer proberen om de kinderen een kans te geven om veilig op te groeien samen met hun ouders.”

“Verder is er nog veel meer wat gezegd kan worden, hoe wij ons niet herkennen in het rapport, wat er allemaal gemist wordt en hierdoor de extra onnodige pijn wordt gegeven. Het geeft ons alleen maar meer het gevoel dat er geen enkele intentie is om de toeslagenaffaire op te lossen en de kinderen die onterecht uit het leven van het gezin zijn gerukt weer thuis te plaatsen. Waarom?”

Faith Bruyning

Faith Bruyning is niet alleen slachtoffer van de toeslagenaffaire maar is ook betrokken als ondersteuner van ouders vanuit de Number 5 Foundation en daarnaast lid van de commissie Hamer die onderzoek doet naar uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire. Haar vallen met name veel dingen op die ontbreken in het rapport. “Een van de belangrijkste aspecten die ontbreekt in het rapport is de individuele verantwoordelijkheid van de betrokken professionals en instanties. Hoewel het rapport erkent dat er fouten zijn gemaakt in het proces van kinderbeschermingsmaatregelen, blijft het oppervlakkig in het identificeren van de specifieke personen of functionarissen die hierbij betrokken waren. Het is belangrijk om te begrijpen wie er precies verantwoordelijk is voor de onterechte en schadelijke maatregelen, om ervoor te zorgen dat deze personen ter verantwoording worden geroepen en dat er passende maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.”

“Daarnaast biedt het rapport onvoldoende aandacht voor de psychologische impact op de getroffen gezinnen en kinderen. Hoewel het rapport snel bespreekt dat de kinderbeschermingsmaatregelen tot ontwrichting van het leven en de gezinssituatie leidden, wordt er weinig dieper ingegaan op de emotionele en psychologische gevolgen voor de betrokkenen. Het is van groot belang om de schade die deze gezinnen hebben geleden beter te begrijpen en te belichten, zodat er gerichte ondersteuning kan worden geboden aan degenen die het slachtoffer zijn geworden van dit onrecht.”

“Een ander kritisch punt dat ontbreekt in het rapport is de bredere context van de toeslagenaffaire en de structurele problemen binnen de Belastingdienst en de overheid. Het rapport behandelt de kinderopvangtoeslagenaffaire als een op zichzelf staand incident, zonder de dieperliggende oorzaken en systematische problemen aan te pakken. Het is essentieel om te begrijpen hoe deze fouten hebben kunnen plaatsvinden en hoe ze kunnen worden voorkomen in andere domeinen van het overheidsbeleid. Een bredere analyse van het falende systeem en de institutionele cultuur zou waardevolle inzichten hebben geboden voor toekomstige beleidsaanpassingen.”

“Bovendien zou het rapport ook aandacht moeten besteden aan mogelijke schadevergoedingen voor de getroffen gezinnen. Hoewel het rapport bespreekt hoe de kinderbeschermingsmaatregelen zijn toegepast, mist het een discussie over de rechtvaardigheid en adequate compensatie voor de geleden schade. Het is belangrijk dat slachtoffers van dergelijk onrecht worden gecompenseerd op een manier die hun financiële en emotionele moeilijkheden helpt verlichten.”

Kortom, het rapport ‘Kind van de Rekening’ biedt volgens Faith waardevolle inzichten in de kinderbeschermingsmaatregelen bij gezinnen die slachtoffer zijn geworden van de kinderopvangtoeslagenaffaire. “Echter, het ontbreekt aan een kritische reflectie op de individuele verantwoordelijkheid van de betrokken professionals, de psychologische impact op de getroffen gezinnen, de bredere context van de toeslagenaffaire en mogelijke schadevergoedingen. Om volledig begrip te krijgen van de materie en om herhaling te voorkomen, is het van belang dat deze kritieke aspecten worden meegenomen in verdere analyses en maatregelen.”

Rijksuniversiteit Groningen

De Rijksuniversiteit Groningen, die eerder heeft aangegeven dit onderzoek te willen uitvoeren maar door de minister werd afgewezen, heeft niet gereageerd op een verzoek om een reactie. Op basis van eerdere berichtgevingen in de media over dit onderwerp lijkt wel uit te komen wat onderzoeker Bart Tromp destijds al heeft aangegeven toen het onderzoek aan de Inspectie werd toegewezen. “Het is net de slager die zijn eigen vlees keurt. Ik ben voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, omdat je dan zeker weet dat politieke belangen geen rol kunnen spelen”, vertelde Tromp in augustus 2022 aan het Algemeen Dagblad. “Wij kunnen als universiteit toegang krijgen tot de gegevens van het CBS. Op basis daarvan kunnen wij ook vrij snel digitale dossiers van uithuisplaatsingen onderzoeken, om te zien of er een verband is tussen wat ik inmiddels ’toegebrachte schulden’ noem, en uithuisplaatsingen. Ik moet helaas vaststellen dat het onderzoek niet van de grond komt door een gebrek aan medewerking.” Dit ‘gebrek aan medewerking’ kwam van de Raad voor de Rechtspraak blijkt uit het zelfde artikel.

De Raad voor de rechtspraak hechtte eraan dit onderzoek onder eigen regie uit te voeren, zodat op basis van dossiers en rechterlijke beslissingen inzicht wordt verkregen. “In ons staatsbestel hebben we met elkaar afgesproken dat rechters het werk van andere rechters controleren om zo de onafhankelijke positie van rechters te waarborgen.”

Tromp vindt, volgens het artikel, dat belangrijke kernwaarden van de rechtstaat niet worden gerespecteerd door de Raad: controleren of iedere staatsmacht goed functioneert en open zijn voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. “Er kan ook iets fout gaan in de wijze waarop rechters hun beslissingen nemen. Je moet ervoor openstaan om dat te onderzoeken. We kunnen de toeslagenfraude niet afsluiten als je niet ook bereid bent om te kijken naar het functioneren van rechters. Al was het maar om te bevestigen dat het geen rol heeft gespeeld. Maar als je tot die bevestiging komt, dan heb je een heel waardevol gegeven. Dan moet je je als jeugdhulpverleners en als rechters afvragen of je niet veel meer gefocust moet zijn op de gevolgen van de aanhoudende schuldenproblematiek en armoedeproblematiek die zo veel gezinnen treft.”

Die problemen zullen in de nabije toekomst waarschijnlijk een nog belangrijker factor worden, aangezien de koopkracht is gedaald en de prijzen van levensonderhoud stijgen. “Daarom moet de rechtspraak juist nu weten of rechters schulden voldoende in beeld hebben als zij beslissen over uithuisplaatsingen”, besluit Tromp. (bron https://nos.nl/artikel/2442713-onafhankelijk-onderzoek-naar-rechters-in-toeslagenaffaire-tegengehouden)

Met de conclusies van dit onderzoek alsmede het reflectierapport van de familierechters over hun functioneren in zaken met betrekking tot kinderbeschermingsmaatregelen, kan de conclusie getrokken worden dat ook de rechtspraak niet open lijkt te staan voor het antwoord op de meest wezenlijk vraag van ouders en kinderen: wat was de echte relatie tot de interventies van de jeugdzorg en jeugdbescherming met de schulden die ouders hadden als gevolg van de invorderingen van de belastingdienst?


Advocatuur

Ook advocaten die toeslagenouders met kinderbeschermingsmaatregelen bijstaan, reageren met verbazing op het rapport van de Inspectie: “De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzocht waarom twintig gezinnen in aanraking kwamen met de jeugdbescherming, nadat de Belastingdienst hen ten onrechte had aangemerkt als belastingfraudeur. Dit onderzoek leidt tot de conclusie dat “een stapeling van problemen” in de onderzochte gevallen leidde tot een kinderbeschermingsmaatregel. Een conclusie die lijkt uit te sluiten dat de fraudeverdenking een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij het nemen van kinderbeschermingsmaatregelen. Een hele opluchting. Of toch niet?” aldus een advocaat de niet met naam genoemd wil worden.

Het rapport lijkt een antwoord te geven op de vraag naar het verband tussen de fraudeverdenking en de kinderbeschermingsmaatregelen die de slachtoffers van de toeslagenaffaire hebben getroffen. Dat doet het rapport niet. Het onderzoek naar de causaliteit tussen de toeslagenaffaire en de kinderbeschermingsmaatregelen kan alleen relevante betekenis krijgen als sprake is van een steekproefsgewijs onderzoek in een relevant aantal willekeurig geselecteerde dossiers. Dat heeft de Inspectie niet gedaan. Een onduidelijke selectie van maar 20 dossiers laat het niet toe om representatieve uitspraken te doen in alle dossiers.  In de presentatie van de onderzoeksbevindingen ontbreekt een toereikende disclaimer die duidelijk maakt dat wat is onderzocht zich niet leent voor representatieve uitspraken over alle gevallen en slechts iets zegt over de 20 gevallen die wel zijn onderzocht.

Maar ook inhoudelijk hebben diverse advocaten vragen over het onderzoek. De belangrijkste is dat er vanzelfsprekend er een stapeling van factoren zijn geweest die uiteindelijk tot het ingrijpen heeft geleid met jeugdzorg. Dat kan niet anders. Nergens in de wet staat dat jeugdzorg mogelijk is als er alleen maar sprake is van schuldenproblematiek. Het gaat bij het slachtofferschap in de toeslagenaffaire om de vraag of de door de overheid toegebrachte schuldenproblematiek zo ontwrichtend heeft gewerkt in een gezin, dat ingrijpen met jeugdzorg noodzakelijk werd gevonden. De stapeling van factoren is niet meer dan een rij met dominostenen. De vraag moet zijn of de fraudeverdenking de eerste steen van die rij heeft laten omvallen. Dat kan alleen maar worden vastgesteld door gevalsvergelijking. Je moet daartoe onderzoeken wat nu de situatie is en wat de situatie zou zijn geweest als er geen fraudeverdenking is geweest. Dat heeft de Inspectie niet onderzocht. Het onderzoek misleid hier de lezers en politiek waardoor het zijn relevantie verliest. Om dit inzichtelijk te krijgen is een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, zoals eerder door de Rijksuniversiteit Groningen werd voorgesteld, dus nog altijd noodzakelijk.

Reacties van Instanties en Rechtspraak

De betrokken en verantwoordelijke instanties (Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en De Rechtspraak) verschuilen zich al vanaf het begin achter dezelfde excuses als de conclusie die de Inspectie in dit onderzoek trekt. ‘Er was in deze gezinnen meer aan de hand dan alleen schuldenproblematiek’ stellen ze stuk voor stuk in verschillende reacties en publicaties. Ze onderschrijven dan ook dankbaar het rapport van de Inspectie. Voor inhoudelijke reacties verwijzen deze organisaties naar het rapport.

Maar eerdere reacties geven wel een beeld over hoe partijen er tegen aan kijken. Rechter Marieke Engbers van de rechtbank Midden Nederland vond destijds de beeldvorming die werd gegeven over deze zaak dusdanig ernstig dat zij op 19 mei 2022 een open brief in de Volkskrant heeft geplaatst. “Nog nooit heb ik het woord toeslagenouder of toeslagenaffaire gelezen in een dossier, dus ik heb geen idee of er onder de kinderen die met mijn machtiging uit huis zijn geplaatst, kinderen zitten van ouders die slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire. En eerlijk gezegd, vind ik dat ook niet zo van belang. Kinderen worden immers alleen uit huis geplaatst als dit noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. Doorgaans is sprake van een onveilige opvoedsituatie, veroorzaakt door psychiatrische of persoonlijkheidsproblematiek, zwakbegaafdheid, complexe relatieproblemen of echtscheidingsstrijd, verslavingen, huiselijk geweld of een combinatie van deze factoren. En ja, soms zijn er ook financiële problemen, maar dat is wel de minste zorg.” Toch zijn er minimaal 2090 kinderen uit huis geplaatst van ouders die betrokken zijn bij het toeslagenschandaal. Het excuses dat zij nog nooit in haar dossiers het woord toeslagenouder of toeslagenaffaire heeft gelezen zegt veel over de maatschappelijke betrokkenheid van deze rechter. Maar ook heel veel over hoe zij haar onderzoeken en besluiten neemt. De toeslagenaffaire werd niet op de achterzijde van de krant behandeld maar was jarenlang één van de belangrijkste nieuwsitems. Haar kille reactie zonder onderzoek te doen en ouders op deze wijze weg te zetten is geen reclame voor de onafhankelijke rechtspraak in Nederland. En geeft weinig vertrouwen aan ouders die met haar te maken krijgen.

Maar het zegt ook heel veel over de dossiervorming van de andere betrokken partijen. Tot op de dag van vandaag hoor ik hen zeggen dat zij in de bij hun aanwezige dossiers niet zien dat de ouders van kinderen betrokken waren bij de toeslagenaffaire. Dit tekent dan ook gelijk het grote probleem van deze instanties en geven daarmee wederom weer dat ze zich niet houden aan artikel 3.3 van de Jeugdwet waarin staat dat men alle van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid moeten aanleveren bij de rechter. De instanties hebben, stellen zij, de informatie niet opgevraagd bij ouders maar er zijn ook veel zaken waarbij de ouders weldegelijk deze informatie gedeeld hebben en lijkt deze bewust achtergehouden te zijn voor de rechters. Verschuilen achter het ontbreken van de informatie betekent dat deze partijen niet alle van belangzijnde feiten hebben voorgelegd waardoor de rechters op onjuiste informatie verstrekkende en ontwrichtende besluiten hebben genomen.

Daarnaast is de stelling dat zij geen weet hadden van de financiële situatie van ouders niet houdbaar als je beseft dat bij elke intake er een risico taxatie wordt afgenomen. Een van de vragen is daarin ook of er sprake is van schulden. Vrijwel alle ouders hebben dit ook openlijk erkent stellen zij.

De stapeling van factoren is niet meer dan een rij met dominostenen. De vraag moet zijn of de fraudeverdenking de eerste steen van die rij heeft laten omvallen.

Het Ondersteuningsteam

Het Ondersteuningsteam (OT), wat is opgericht om ouders te ondersteunen in hun trajecten met de jeugdbeschermingsinstanties, geeft aan dat de hulp die als gevolg van de kinderbeschermingsmaatregelen noodzakelijk geacht werd niet effectief was. Zij zien in hun dagelijkse werk dat de onterechte terugvordering van duizenden euro’s kinderopvangtoeslag door de overheid leidde gezinnen tot armoede en financiële stress. In hun statement op LinkedIn stelde men dat “er geen rekening werd gehouden met de kwetsbare omstandigheden waarin zij zaten. De hulp die ouders kregen was niet effectief. De stapeling van problemen leidde tot kinderbeschermingsmaatregelen, waardoor kinderen uit huis werden geplaatst. Dit zien wij als de belangrijkste conclusies in het onderzoek ‘Het kind van de rekening’ van de Inspectie Justitie en Veiligheid, en het erkent waartoe de onterechte terugvordering heeft geleid.” Het rapport maakt voor het OT opnieuw helder waar de focus op moet liggen in hun dagelijkse werk en de afwikkeling lezen we in hun verklaring: “Geef ouders en kinderen erkenning, geef ouders eigen regie terug: en vraag wat willen zij?  En werk samen in de keten om te komen tot herstel.” 

Meer vragen dan antwoorden

De conclusies die de Inspectie trekt komt er op neer dat in het overgrote gedeelte van de dossiers er problemen waren met de opvoedvaardigheden van de betreffende ouders danwel dat er een ontwikkelingsbedreiging lag bij de bij de kinderen als gevolg van de opvoedvaardigheden van de ouders. Deze conclusie trekken op basis van nog geen 1% van het aantal nu bekende UHP dossiers, en dan hebben we de vrijwillige UHP’s, het aantal OTS en Gezagsbeëindigingen nog niet eens inzichtelijk, komt overeen met een N=1 conclusie. Het doel van deze conclusie lijkt voor ouders en deskundigen duidelijk: als er kinderbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd zijn deze niet opgelegd doordat de instanties hun werk niet goed hebben gedaan of dat de belastingdienst, weliswaar onterechte, invorderingen heeft gedaan. Nee, de maatregelen hebben deze ouders, wat betreft de inspectie, volledig aan zichzelf te wijten.

Deze conclusie trekken op basis van een toch wel eenzijdig onderzoek waarbij niet alle wetenschappelijke maatstaven lijken te zijn gehanteerd alsmede de onderzoeksopzet en de geïnterviewden niet bijdragen aan een goed onafhankelijk onderzoek zorgen voor meer vragen dan dat het antwoorden geeft.

Nu de inspectie stelt dat er geen 100% causaliteit bestaat tussen de kinderbeschermingsmaatregel en het feit dat deze kinderen en ouders getroffen waren door de gevolgen van het uit de hand gelopen terugvorderingstraject door de belastingdienst ontstaat er een situatie dat niemand anders dan de ouders verantwoordelijk zijn voor het feit dat de kinderbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd.

Maar met alleen de stelling dat er in deze gezinnen meer aan de hand was dan financiële problemen wordt die non-causaliteit niet bewezen. De wet gaat er immers van uit dat causaliteit aangetoond moet worden danwel volledig uit gesloten moet worden. Sec alleen de stelling neerleggen is geen bewijs. Daarbij geldt dat er in het recht uitgegaan wordt van een 50% causaliteit als er geen bewijs wordt aangeleverd dat die causaliteit er wel of niet is.


Openstaande vraag

De belangrijkste vraag die er was is dus niet beantwoordt door het rapport: waren de problemen die hebben geleid tot de kinderbeschermingsmaatregelen er in de 2.090 UHP dossiers, een aantal wat nog altijd niet definitief is vastgesteld en waarbij het CBS inmiddels is gestopt met het tellen van de aantallen, voordat de belastingdienst ging terugvorderen en allerhande andere instanties op de hoogte bracht, of ontstonden de problemen daarna als gevolg van het handelen van de belastingdienst en andere uitvoeringsinstanties. En hebben de instellingen die geïnformeerd werden en zij die belast waren met het onderzoek naar de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen wel afdoende en volledig feitenonderzoek gedaan naar de achtergronden van de problemen?

Op basis van diverse deskundigen die wel talloze dossiers onderzocht hebben is het antwoord op de eerste vraag, op basis van het onderzoek van de Inspectie, niet te geven en op de tweede vraag nee. In vrijwel geen enkel dossier komt naar voren dat er sprake is van problematische schulden bij de ouders als gevolg van de forse invorderingen door de belastingdienst. Daarnaast ontbreekt een goede onderbouwing van wat de oorzaken zijn van de mogelijke ontwikkelingsbedreigingen van de kinderen en een accurate tijdlijn. De kinderrechters hebben in hun reflectierapport al aangegeven dat zij niet of nauwelijks in de dossiers terugzagen dat ouders betrokken waren bij het toeslagenschandaal. Hiermee bevestigen zij direct het falen van een ander essentieel punt in het jeugdzorgstelsel wat onlangs ook naar buiten kwam: het falende actieplan met betrekking tot verbetering van het feitenonderzoek.

Alle deskundigen zijn het er inmiddels over eens: de zeer forse en strenge fraudebestrijding heeft ongekend onrecht met zich meegebracht. Vele gezinnen zijn aan de rand van de bestaansafgrond gebracht. Sommigen zijn de afgrond in gevallen. Dit heeft consequenties met zich meegebracht in de opvoeding van de kinderen. De schulden die ontstaan zijn hebben invloed op

  1. De sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling van de kinderen,
  2. De ouders die, doordat ze aan het strijden zijn om hun hoofd boven water te houden, emotioneel minder beschikbaar zijn voor de kinderen,
  3. De basale levensbehoeften zoals ontbijt, kleding of ontspanningsmogelijkheden zoals sporten, vakanties of andere uitjes doordat er te weinig of geen financiële middelen aanwezig zijn om hierin te voorzien
  4. Het sociale leven van betrokkenen waardoor mensen sneller in een isolement terecht komen.

Daarom is het zo noodzakelijk dat in het onderzoek aandacht is voor wat er eerst was: de problemen bij de kinderen die tot een kinderbeschermingsmaatregel kunnen leiden of de problemen bij de belastingdienst die juist hebben geleid tot de problemen bij de kinderen en dus de kinderbeschermingsmaatregelen.

Deze belangrijke vraag had in een onafhankelijk onderzoek wel gevraagd kunnen worden. Echter de, inmiddels demissionaire, minister voor Rechtsbescherming Weerwind heeft een onafhankelijk onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen afgewezen. Het onderzoek van de Inspectie maakt één ding wel duidelijk: om de toeslagenaffaire af te kunnen sluiten is echt onderzoek naar de rol van alle dienste die vanuit of namens de overheid optreden noodzakelijk. Maar dan wel onafhankelijk onderzoek dat aan de strenge eisen beantwoordt die gelden voor wetenschappelijk onderzoek. Maar of dat er nog van komt is twijfelachtig, de tijdelijke koppelingswet die het mogelijk maakte om meerdere data aan elkaar te koppelen loopt binnenkort af. Echt onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek is dan niet meer mogelijk waarschuwen meerdere onderzoekers.

Hereniging

Wat de ouders primair willen is natuurlijk allereerst de hereniging met hun kinderen. Om dit proces mogelijk te maken is op advies van deskundigen geadviseerd de Verklarende Analyse in te zetten. Klinisch Psycholoog Ellen Loykens verwijst desgevraagd naar een eerder artikel in het AD waarin zij haar visie geeft op hoe ouders hun kinderen centraal zetten ondanks hun verdriet en hoe graag ze ook herenigd willen worden. Dat treft haar stelt ze. “Ik zie dat ouders zonder uitzondering in staat zijn hun eigen belangen opzij te zetten. Ze willen hun kinderen terug, ze willen dat fouten worden hersteld, maar het moet goed gebeuren en anders niet. En dat betekent in de praktijk samen met ouders en kinderen in bij hun passende stapjes toewerken naar wat veilig en vertrouwd is.”

De verklarende Analyse is een stap die helpt bij de hereniging, maar ook bij het verwerken van het verdriet en de trauma’s die ouders hebben opgelopen. En uiteraard willen ze erkenning maar ook weten hoe het zover heeft kunnen komen. Aan de kant van de belastingdienst weet men dat, maar de kant van de jeugdzorg blijft een zwart gat. Zeker nu dit rapport van de Inspectie geen inzicht geeft. Wat daarbij ook niet helpt is dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vorig jaar heeft vastgesteld dat in 45 onderzochte uithuisplaatsingsdossiers er niet een voldeed aan de vereisten die daar aan gesteld zijn. Dat maakt het voor deze ouders, net als voor alle andere ouders met uithuisgeplaatste kinderen extra zuur dat de Inspectie Justitie & Veiligheid geen uitsluitsel over geeft over de wat er nu eerst was: de invordering of de ontwikkelingsbedreiging die leidde tot de maatregelen.

Conclusie

Het uiteindelijke gevolg is een onderzoeksrapport waar de ouders die hebben deelgenomen zich niet in herkennen en waarin de belangrijkste vragen niet beantwoord worden.

Met het aannemen van de aanbevelingen uit het rapport Gelijkwaardig Herstel om de gevolgen van het grootste naoorlogse politieke schandaal op te lossen hoopten ouders weer op een menswaardig bestaan en dat ze door de overheid weer als mens en gelijkwaardig behandeld zouden worden. Inmiddels lijkt het erop dat de politieke top van de ministeries een andere richting op wilde dan de ambtelijke top. Kennelijk is het mensbeeld bij de ambtelijke top nog altijd dat Nederland een land is vol fraudeurs die hard moeten worden aangepakt en dat alles daarvoor moet wijken. Zelfs de menselijke maat en de gelijkwaardigheid van eenieder in de Nederlandse samenleving.

Nu de overheid niet meer om de verantwoordelijkheid heen kan omtrent de directe gevolgen van fraudejacht door de belastingdienst wordt er alles aangedaan om de verantwoordelijkheid voor alle gevolgschade voor kinderen en ouders, zoals mogelijke onterechte kinderbeschermingsmaatregelen, af te wijzen door de schuld bij de ouders te leggen. De wijze waarop, een niet onafhankelijk onderzoek, een niet representatief aantal dossiers en het niet stellen van de juiste onderzoeksvragen, maakt duidelijk dat de overheid geen verdere verantwoordelijkheid meer wil dragen ondanks meerdere toezeggingen.

Net na het rapport ongekend onrecht verscheen een tweede rapport uit. Ditmaal van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) onder leiding van toenmalig Kamerlid Andre Bosman. De conclusie in het rapport ‘Klem tussen balie en beleid’ was helder: de menselijke maat moet weer terug binnen de overheid en de mens moet bepalend zijn en niet het systeem. Net zomin als dat er niets veranderd is naar aanleiding van de adviezen van Ongekend Onrecht alsmede Gelijkwaardig Herstel is er ook niets gebeurd met het rapport Klem tussen balie en beleid.

Nog altijd bepalen de systemen, en daarmee de mensen achter de systemen, hoe de mensen die afhankelijk zijn van de systemen behandeld gaan worden. En een systeem is geen mens en zo kan er dus ook niet vanuit het menszijn gehandeld worden.

Het gevolg is dat de toeslagen kinderen nog altijd als enige het echte kind van de rekening zijn, en als het aan de overheid ligt ook samen met de ouders de enige zijn die verantwoordelijk lijken te zijn voor de gevolgschade van het door de overheid veroorzaakte Ongekende Onrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *